Voortaan kunnen zelfstandigen met winsten kiezen voor aftrek van forfaitaire beroepskosten. Het forfait zal 30% van de brutowinsten bedragen en is beperkt tot maximum 4.720 euro. Het gaat om hetzelfde forfait als dat voor werknemers sinds vorig jaar. Deze wijziging maakt deel uit van het wetsvoorstel dat diverse relance-maatregelen bevat, en dat gisteren in De Kamer goedgekeurd werd.

Zelfstandigen met winsten (handelaars) kunnen vanaf aanslagjaar 2019 kiezen tussen werkelijke of forfaitaire aftrek van beroepskosten. Het forfait bedraagt 30% van de brutowinsten met een maximum van 4.720 euro, na aftrek van sociale bijdragen en bijdragen voor het vrij aanvullend pensioen. Ook kosten voor de aankoop van grondstoffen en handelsgoederen kunnen daarbovenop afgetrokken worden als beroepskost. De boekhoudkundige verplichtingen blijven bestaan.
Uit een doelgroepenanalyse van de FOD Financiën bleek dat vooral jonge ondernemers en zelfstandigen in bijberoep van deze maatregel kunnen genieten. Zij hebben vaak werkelijke beroepskosten die lager zijn dan het forfait van 30%. Bovendien worden fiscale controles vereenvoudigd. 
Het reeds bestaande forfait voor zelfstandigen met baten, meewerkende echtgenoten, bezoldigingen van bedrijfsleiders, en forfaitair belasten en hun meewerkende echtgenoten, blijft ongewijzigd.

Bron